De maker movement verovert ons land

De nieuwe bieb is een werkplaats. We kunnen het maar gezegd hebben. Je duikt er niet meer alleen met je snufferd in een boek, maar gaat er zelf aan de slag. Met digitale fabricage en andere vaardigheden van de 21ste eeuw. Jeroen de Boer, projectleider van het aan de Friese bibliotheek gelieerde Frysklab, vertelt waarom ons land de maker movement omarmt.

Wat is de maker movement?

“De Amerikaanse ondernemer en auteur Chris Anderson stelt dat er een nieuwe industriële revolutie op handen is. Ondernemers maken steeds meer gebruik van open source design en 3D-printing. Daarmee kunnen zij vanaf hun eigen computer fabriceren. In feite zijn alle middelen van fabrieksfabricage nu ook beschikbaar voor gewone mensen. Zij kunnen voor specifieke klanten en geïnteresseerden producten maken. Via crowdfunding komen ze aan geld en via het internet verkopen en verbeteren ze hun producten. Anderson noemt het de makers revolution.”

Een beweging van onderop dus?

“Ja. Mensen experimenteren in garages en op zolderkamers. Net zoals de uitvinders van vroeger. Met dan wel dit verschil: het internet. We hebben de afgelopen tien jaar geleerd om virtueel samen te werken, kennis te delen en dingen te maken. Nu willen we die vaardigheden in de praktijk brengen.”

 

Jongeren-experimenteren-met-nieuwe-techniekenJongeren experimenteren met nieuwe technieken.

Is het niet gewoon hobbyisme?

“De beweging wordt volwassen en formaliseert. Het begon halverwege de jaren negentig met hackerspaces, plaatsen waar computerprogrammeurs kennis en infrastructuur met elkaar konden delen. Naast programmeren en hacken hielden de oprichters zich ook bezig met fysieke projecten. De toonaangevende 3D-printer van Makerbot werd in een New Yorkse hackerspace ontwikkeld. Rond 2005 raakten makerspaces in zwang: ruimten waar objecten worden vervaardigd op basis van digitale ontwerpen. Makerspaces associëren zich niet langer met hackers, een term met een negatieve connotatie, maar hebben vaak een educatieve focus, gericht op kinderen en jongeren. Inmiddels zijn we nog een stapje verder en ontwikkelen we FabLabs: makerspaces die aan allerlei voorwaarden moeten voldoen.”

Voorwaarden?

“De Amerikaanse professor Neil Gershenfeld is grondlegger van het FabLab. Hij had het laboratorium van het Massachusetts Institute of Technology tot zijn beschikking en kwam er toen samen met zijn studenten achter dat je werkelijk almost anything kunt maken. Die kennis en mogelijkheden wilde hij delen met de rest van de wereld.  De voorwaarden waaraan een FabLab moet voldoen legde Gershenfeld vast in het Fab Charter. De labs zijn toegankelijk voor iedereen en beschikken over eenzelfde basisset van gereedschappen en instrumenten. Ook delen de FabLabs hun kennis met het wereldwijde netwerk en worden ondernemerschap en zelfwerkzaamheid gestimuleerd. Het zijn informele leeromgevingen om 21ste eeuwse vaardigheden als delen, samenwerken, probleemoplossend vermogen en ondernemerschap te ontwikkelen.”

En nu heeft Friesland een eigen FabLab?

“Ja, Frysklab. Dit is een mobiel FabLab dat we hebben opgezet vanuit de bibliotheek. De bieb is ook de FabLab-licentiehouder. In Friesland staan we voor een aantal lokale uitdagingen. Kinderen hebben hier minder ontplooiingsmogelijkheden buiten het reguliere onderwijs dan in veel andere provincies. Jongeren gaan vaker van school zonder diploma en bedrijven komen moeilijk aan geschikte mensen. Als bibliotheek willen we bijdragen aan een oplossing voor deze vraagstukken. We willen kinderen prikkelen en bedrijven gekwalificeerd personeel bieden.”

 

Het-mobiele-FabLab-brengt-een-moderne-techniek-als-3D-printing-letterlijk-naar-de-mensenHet mobiele FabLab brengt een moderne techniek als 3D-printing letterlijk naar de mensen.

Is goed opleiden niet eerder een taak voor de scholen zelf?

“Ook. Maar die kunnen het niet alleen, omdat ze vaak beperkte kennis hebben van nieuwe technologieën als 3D-printing. We willen een vlucht maken. En dat kan met Frysklab. Als bibliotheek signaleren we de kennisbehoefte en stimuleren we innovatie. Je ziet ook in Amerika dat FabLabs en bibliotheken toenadering tot elkaar zoeken. De bibliotheek is een natuurlijke kennishabitat. In Europa zijn we de eerste bibliotheek met een FabLab. En we gaan verder. Zo kijken we nu samen met scholen en bedrijfsleven of we een heuse leerlijn digitale fabricage kunnen opzetten. Na de zomer beginnen we met een pilot voor de bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Gewoon binnen het reguliere onderwijsprogramma.”

Neemt elk FabLab de lokale of regionale situatie als uitgangspunt?

“FabLabs delen wereldwijd hun kennis, maar je ziet wel dat ze een motor zijn voor lokale ontwikkelingen. In Friesland zijn we van oorsprong druk met watertechnologie, duurzame energie en ambachtelijkheid. Daar haken we met FryskLab bij aan. Zo willen we bijvoorbeeld met kinderen en jongeren via de 3D-printer waterturbines gaan produceren. Op die manier trainen we jonge ontwikkelaars en ondernemers en laten we tegelijkertijd aan bedrijven zien dat ze hier in Friesland heus capabele mensen kunnen krijgen.”

 

Fries-meisje-met-haar-eerste-3D-ontwerpFries meisje met haar eerste 3D-ontwerp.

Welke FabLabs zijn er verder?

“De maker movement is in ons land heel actief. Wereldwijd zijn er zo tussen de 200 en 300 FabLabs. Nederland telt er alleen al 30. Daarvan is FryskLab het eerste FabLab dat vanuit een bibliotheek is opgezet. In Utrecht heb je bijvoorbeeld Protospace, een lab dat is gelieerd aan de Universiteit van Utrecht en zich richt op onderzoek naar het printen van menselijk weefsel. En in Amsterdam focust De Waag zich op mode en design.”

Hoe verklaar je de populariteit?

“Makerspaces bieden een informele leeromgeving om 21ste eeuwse vaardigheden te ontwikkelen. Je kunt in een FabLab zelf dingen maken, die voorheen alleen door megaconcerns konden worden gerealiseerd. Kleine ondernemers hebben de mogelijkheid om voor een nichemarkt te produceren. Dit kleinschalige en innovatieve ondernemerschap past helemaal bij de traditie van Nederland.”

De-maker-movement-verovert-ons-land-Jeroen-de-Boer-FrysklabMeer informatie?

www.frysklab.nl

Jeroen de Boer, domeinspecialist nieuwe media, Bibliotheekservice Fryslân:  j.deboer@bfrl.nl